- De situatie
- Een werkgever wilde afscheid nemen van een medewerker. Wij voerden de onderhandelingen en legden de afspraken vast in een vaststellingsovereenkomst. Het relatiebeding uit het arbeidscontract werd daarin aangescherpt: er kwam op papier om welke relaties het ging, met een boete als het beding werd overtreden. Twee maanden later zag de werkgever dat precies die relaties werden benaderd.
- Wat wij deden
- We spraken de advocaat van de oud-medewerker aan, eisten dat het stopte en riepen de boetes in. Daar kwam een andere uitleg van het beding tegenover te staan. Die uitleg viel moeilijk te rijmen met hoe de overeenkomst tot stand was gekomen: twee partijen, allebei met een advocaat, die de tekst over en weer hadden aangepast voordat zij tekenden. Buiten rechte kwamen we er niet uit, dus startten we een kort geding.
- De uitkomst
- De kortgedingrechter wees onze vorderingen toe. De wederpartij ging in hoger beroep, waar opnieuw punten in het voordeel van onze cliënt kwamen vast te staan. Partijen hebben de procedure daarna niet uitgevochten maar afgesloten met een regeling, op voorwaarden die onze cliënt goed uitkwamen en met betaling van een geldsom.